Postimpressionisme1889

Zelfportret

Vincent van Gogh

Het oog van de conservator

"Het treffende contrast tussen de absolute starheid van de blik en de krampachtige beweging van de spiraalvormige achtergrond creëert een onhoudbare spanning. Van Gogh gebruikt naast elkaar geplaatste penseelstreken die fysiek lijken te trillen, waardoor de achtergrond een verlengstuk van zijn zenuwstelsel wordt."

Deze ultieme confrontatie tussen de schilder en zijn innerlijke kwelling uit 1889 legt een psyche in beroering vast via wervelingen van blauw en turkoois. Het is het beeld van een man die zijn identiteit probeert te stabiliseren door de brute kracht van het schilderen.

Analyse
Dit zelfportret, geschilderd in september 1889 in de inrichting van Saint-Rémy-de-Provence, is een werk van herstel en strijd. Van Gogh is net een grote crisis te boven en gebruikt het schilderen als een instrument voor psychologische diagnose. In tegenstelling tot zijn eerdere portretten presenteert hij zich hier zonder de attributen van een kunstenaar, gekleed in een elegant stadsbak, in een poging een beeld van waardigheid en controle uit te stralen. Het gezicht is uitgeteerd, de trekken zijn hard, maar de blik is van een bijna beangstigende helderheid. De analyse van het werk berust op de ongekende versmelting van het onderwerp en zijn omgeving. Het dominante blauw, een kleur die Van Gogh vaak associeerde met het oneindige en het goddelijke, neemt de hele oppervlakte in beslag. De achtergrond dient niet langer als decor, maar wordt een actieve psychische kracht. De kronkelende lijnen herinneren aan de wervelingen van "De Sterrennacht" en suggereren dat de innerlijke chaos van de kunstenaar op de wereld wordt geprojecteerd. De mythe van de gedoemde kunstenaar vindt hier zijn zuiverste rechtvaardiging. Van Gogh schildert niet de waanzin; hij schildert de heroïsche inspanning om eraan te ontsnappen. Elke penseelstreek is een bewuste beslissing, een poging om het denken te structureren door middel van ritme. Het palet is beperkt maar rijk aan nuances: van kobaltblauw tot bleek turkoois, in gewelddadig contrast met het vlammende oranje van zijn baard en haar. De expert ziet hierin een breuk met het traditionele portret. Van Gogh gebruikt de impastotechniek om het gezicht een sculpturale dimensie te geven. Het licht komt niet van een externe bron, maar lijkt uit de huid zelf te komen — een bleke, groenachtige teint die fysiek lijden oproept. Het werk is een stille dialoog tussen materie en geest, waarbij de verf het vlees van de kunstenaar zelf wordt, een visuele "zelf-chirurgie". Ten slotte ligt het historische belang van dit zelfportret in de invloed ervan op het moderne expressionisme. Door kleur en vorm te bevrijden van hun verplichting tot getrouwe beschrijving, opent Van Gogh de weg naar een radicale subjectiviteit. De toeschouwer is niet langer een eenvoudige waarnemer, maar wordt meegezogen in de draaikolk van het bewustzijn van de kunstenaar. Het is een monument voor menselijke veerkracht.
Het Geheim
Een van de grootste geheimen van dit schilderij is dat het werd geschilderd na een periode waarin Vincent zijn penselen niet mocht aanraken. Zijn artsen vreesden dat het schilderen de oorzaak was van zijn hallucinaties. Toen hij eindelijk weer toestemming kreeg, was dit schilderij zijn eerste daad van vrijheid. Hij beschreef het als een "studie van mijzelf", maar de snelheid van uitvoering wijst op een vitale urgentie. Een technisch geheim schuilt in het gebruik van geel. Onder de blauwe lagen van de achtergrond hebben analyses sporen van gele pigmenten onthuld die Van Gogh opzettelijk heeft overschilderd. Deze keuze is cruciaal: hij verwijderde de warmte van de zon om een nachtelijke, spirituele sfeer te creëren. Dit bewijst dat het chaotische uiterlijk van de achtergrond een doordachte constructie is en geen eenvoudige impulsieve uitbarsting. Het schilderij verbergt ook een detail over Vincents oor. In die tijd was het verminkte linkeroor nog steeds een trauma. In dit portret presenteert Van Gogh zich driekwart van rechts, waardoor hij opzettelijk zijn afgesneden oor verbergt. Dit is niet alleen esthetiek, het is een poging om zijn fysieke integriteit voor de wereld te herstellen. Hij wil gezien worden als een volwaardig man en een serieus kunstenaar. Een geheim verbonden aan de materialiteit betreft de pigmenten. Van Gogh gebruikte experimentele kleuren die de neiging hebben te vervagen. Het turkoois dat we vandaag zien, was oorspronkelijk waarschijnlijk veel levendiger en dichter bij smaragdgroen. Deze chemische verandering betekent dat we een "gekalmeerde" versie zien van wat in 1889 een bijna ondraaglijke explosie van kleuren moet zijn geweest. Ten slotte is er een historische controverse over de bestemming van het schilderij. Van Gogh bleef zeer gehecht aan dit zelfportret en nam het kort voor zijn dood mee naar Auvers-sur-Oise. Er wordt gefluisterd dat de starre blik niet voor de toeschouwer bedoeld was, maar voor Van Gogh zelf, die het gebruikte als een realiteitstest om elke ochtend te controleren of hij er nog "was".

Word Premium.

Ontgrendelen
Quiz

Waarom presenteert Van Gogh zichzelf in een driekwart aanzicht van rechts in dit portret uit 1889?

Ontdekken
Instelling

Musée d'Orsay

Locatie

Paris, Frankrijk